In de kazerne
In de kazerne zitten mannen aan tafel, spelen een kaart spelletje of kijken naar de TV. Een paar mannen zijn bezig met het onderhoud van de brandweervoertuigen en anderen met het repareren van brandslangen en dat soort dingen.

Alarmering
Wanneer het alarm gaat moet de brandweer zo snel mogelijk naar de brand of ongeluk. Dit noem je een uitruk. Als er bijvoorbeeld een brand op een zolder van een huis aan de Stationslaan 211 in Rijssen ontstaat belt bijv. de overbuurman 112. Het alarmnummer 112 is een landelijk alarmnummer en als je dat belt neemt een centralist de telefoon op. De centralist vraagt wie er belt, wat er aan de hand is en waar. Hij weet dan -in geval van brand of ongeval- naar welke brandweerregio hij moet doorverbinden en geeft deze melding door aan de brandweer-alarmcentrale in bijv Hengelo.

De bevelvoerder en de manschappen in de brandweerkazerne ontvangen het alarmeringsbericht van de brandmeldkamer. Via de intercom horen ze van de centralist wat er aan de hand is. Brandweermensen die niet op de kazerne zijn, maar met een brandveiligheidscontrole buiten de kazerne bezig zijn, ontvangen de melding op de alarmontvanger die ze bij zich dragen. Deze alarmontvanger geeft een indringende pieptoon. In brandweertaal wordt hij daarom ook 'de pieper' genoemd. Op de pieper staat dan het bericht wat er aan de hand is, waar het is en met welke brandweervoertuigen er uitgerukt moet worden. In feite zijn er 2 mogelijkheden: a. een brandmelding of b. een hulpverlening. Ook wordt er onderscheidt gemaakt tussen prio (prioriteit) 1 en 2. Prio 1 is een spoedklus en wordt er altijd met blauw zwaailicht en sirene gereden. Het gaat er dan om om zo snel mogelijk ter plaatse te komen om de brand te blussen of de beknelde mensen bij het ongeval te bevrijden. Bij prio 2 wordt er met het andere verkeer meegereden en is er geen haast bij om ter plaatse te komen, denk hierbij aan een kat in de boom, een containerbrand die geen brandoverslag kan veroorzaken, wegdekreinigen na een ongeval, enz. Bij elke melding, ongeacht welke prio gaat de tankautospuit eruit. (Een uitzondering is werken op hoogte, bijv. een kat in de boom, dan gaat de autoladder of hoogwerker eruit.
De mensen die buiten de kazerne werken komen direct naar de kazerne. De brandweermensen op de kazerne trekken ze zo snel als ze kunnen het brandweerpak aan. Hun bluskleding staat al klaar. De bluskleding bestaat uit brandweerlaarzen, een uitrukbroek en uitrukjas, een brandweerhelm en handschoenen. In de kleedruimte zit om de laarzen de broek, zodat als ze in de laarzen stappen kunnen ze direct de broek omhoog trekken. De brandweerjas en de helm doen ze al lopend naar de brandweerauto aan. Binnen 1 minuut zitten de brandweermensen in de brandweerauto. De brandweermannen die buiten de kazerne werkzaam zijn, zitten binnen 4 minuten in de brandweerauto om uit te rukken.

In de brandweerauto / De uitruk
Als er 6 brandweermensen in de brandweerauto zitten kan er uitgerukt worden. Met een tankautospuit kun je een brand blussen maar ook personen die bekneld zitten bij een ongeval bevrijden. Er zitten 6 mensen in die ieder een vaste taak hebben. Eén heeft de leiding (de bevelvoerder), een ander is de chauffeur, twee zorgen voor het uitrollen en aansluiten van de slangen (waterploeg), twee (aanvalsploeg) gaan er eventueel met ademlucht naar binnen om te kijken of er nog mensen in het huis zijn. De chauffeur zorgt dat de brandweerauto zo snel mogelijk en zonder schade bij het incident komt. Tijdens de inzet is hij verantwoordelijk voor de waterpomp die in de auto zit en voor uitgifte van materialen. De chauffeur zit uiteraard voor in de brandweerauto, naast hem zit de bevelvoerder. Achterin de brandweerauto zitten de manschappen.

In de brandweerauto meldt de bevelvoerder zich via de mobilofoon van de brandweerauto. Met de mobilofoon kan de bevelvoerder praten met de centralist van de brandweeralarmcentrale. Hij krijgt te horen waar de brand is. In het voorbeeld: 'willen jullie prio 1 rijden naar Stationslaan 211, het betreft een zolderbrand, de brand is gemeld door een overbuurman die vlammen uit het dak ziet komen, het is niet bekend of er personen in de woning aanwezig zijn'. Via een navigatieapparaat geeft de meldkamer door aan de chauffeur wat de snelste en kortste route is om naar het incident te rijden. Zodra een brandweerauto met sirene en zwaailicht rijdt hoort de brandweer overal voorrang te krijgen, hij (de chauffeur) mag het niet nemen. De bevelvoerder vraagt tijdens het aanrijden naar het incident aan de alarmcentrale om nadere informatie, bijv. wat voor een soort woning het is, zit er eventueel een rieten kap op enz.

Van groot belang is om te weten waar de tankautospuit zijn bluswater vandaan kan halen. Deze gegevens (we noemen het de bluswatervoorziening) zijn bij de brandweeralarmcentrale bekend. De centralist geeft de bluswatervoorziening door aan de bevelvoerder. De bluswatervoorziening is in eerste instantie een ondergrondse brandkraan die is aangesloten op de drinkwaterleiding. Op de ondergrondse brandkraan kan de waterploeg een opzetstuk plaatsen. Aan het opzetstuk kunnen de slangen worden aangesloten die naar de brandweerauto toe gaan. Als de brand groter wordt heeft de brandweer een secundaire waterwinning nodig. Dit is vaak een sloot of vijver. We noemen dit open water.

Aankomst bij de brand
De bevelvoerder geeft na aankomst het bevel van uitstappen. Omdat de bevelvoerder zijn inzetplan in orde heeft en de bevelen tijdens de rit heeft gegeven kan iedereen direct aan de slag. De brandweermensen werken altijd 2 aan 2 en blijven een team totdat ze de klus geklaard hebben. Zo begint de waterploeg met het uitrollen van de slangen en gaat de aanvalsploeg op verkenning. De bevelvoerder probeert evt. bewoners of buren uit te horen, om zo het inzetplan compleet te maken.

Als de aanvalsploeg na de verkenning terugkomt bij de bevelvoerder en ze geven aan dat er slachtoffers in het pand zijn, dan heeft de bevelvoerder zijn plan al klaar. Nadat de bevelvoerder het bevel heeft gegeven om het pand te betreden, kan de aanvalsploeg het ademluchtmasker aansluiten en kunnen ze naar binnen. Ze nemen altijd een waterslang mee. Dit is ter bescherming van hun zelf en om evt. brandhaarden te blussen. Als er gewonden zijn wordt ook altijd voor de zekerheid meteen een ambulance gealarmeerd. Ook de politie wordt meteen gealarmeerd. Het kan voorkomen dat de politie al door 112 is gealarmeerd. De centralist op de brandweeralarmcentrale alarmeert de ambulance en geeft ook door om hoeveel slachtoffers het gaat.

De omvang van een brand bestaat uit schade door de hitte van vuur; het verbranden, maar het vuur consumeert enorme hoeveelheden zuurstof waardoor de vuurhaard al maar groter wordt. Verder veroorzaakt de brand een enorme hoeveelheid koolmonoxide waardoor mensen kunnen door daar stikken. Door de koolmonoxide raken ze gedesoriënteerd waardoor ze zelf vaak niet meer weg kunnen komen. Het werkt als een sluipmoordenaar, je ruikt en proeft het niet. De koolmonoxide benadeelt ook het werk van de brandweerman. Daarom dragen brandweermannen als ze een gebouw binnen gaan een ademluchttoestel met een ademluchtfles en een ademluchtmasker.

Als de brand geheel is uitgeblust, start niet de brandweer, maar de politie met het eerste sporenonderzoek, om te achterhalen wat de oorzaak is van de brand. Er wordt getracht het ontstaan van de brandhaard te achterhalen. De brandweer voert slechts een visueel onderzoek uit. Is duidelijk te zien waar een brand per ongeluk is ontstaan dan blijft het hierbij. Is er een vermoeden van brandstichting of is het niet duidelijk te zien dan wordt een onderzoeksteam van de politie ingeschakeld. Dit zijn dan rechercheurs. Veel komende brandhaarden zijn: Vlam in de pan, vonken uit de openhaard, kortsluiting in computer, tv en radio die standby staan, kaarsen bij gordijnen, ontploffing van licht ontvlambare stoffen, door roken in bed, spelen met lucifers of aanstekers door kinderen of pyromanen.
IN MEMORIAM
DIRK VLOT




Openingstijden
Zo - Ma: gesloten
Di - Vr: 10.00 - 17.00 uur
Za: 13.00 - 17.00 uur

Het museum is vandaag geopend van 10.00 tot 17.00 uur.

!! Vrijwilligers gezocht !!


Het museum is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.